MKB-ondernemers opgelet: De Hoge Raad heeft op 21 maart 2014 (zaak Coface Finanz/Intergamma) geoordeeld dat een cessieverbod een vordering niet langer onoverdraagbaar maakt. Wat betekent dit voor u als MKB ondernemer?

bekijken contract

Wat is een cessie- of verpandingsverbod

In algemene (inkoop)voorwaarden zitten vaak clausules die de overdracht of verpanding van een vordering verbieden. Dit zijn de zogeheten cessie- of verpandingsverboden.

Deze bepalingen zien er als volgt uit:

“Het is de onderaannemer verboden zijn vorderingen aan een derde te cederen/verpanden/in eigendom over te dragen.”

“Zonder toestemming zal verkoper zijn rechten en verplichtingen noch geheel noch gedeeltelijk aan derden overdragen.”

“De vervoerder kan rechten en/of verplichtingen slechts met voorafgaande schriftelijke toestemming overdragen aan derden.”

“Cessie van de vordering is niet toegestaan.”

“De schuldeiser is niet bevoegd de vordering te cederen.”

“De schuldeiser verplicht zich de vordering niet aan een derde over te dragen.

Wat hadden deze clausules tot gevolg?

Op basis van de Oryx/Van Eesteren uitspraak van de Hoge Raad van 17 januari 2003 werden deze clausules zodanig uitgelegd dat een vordering inderdaad niet verpand of overgedragen kon worden. Deze clausules hielden dit tegen, en een vordering werd als gevolg van deze clausules onoverdraagbaar. Dat betekende dat een handeling in strijd met zo’n beding niet kon leiden tot een geldige overdracht of tot een geldige verpanding van de vordering. Met andere woorden: als er toch werd overgedragen, dan was die overdracht ongeldig, want de clausule had goederenrechtelijk effect.

De gevolgen voor MKB bedrijven van cessie- en verpandingsverboden

MKB ondernemingen zijn voor hun financiering vaak afhankelijk van de waarde van (o.a.) hun debiteurenportefeuille. Verscholen bedingen in de (inkoop)voorwaarden van klanten die de overdraagbaarheid van een vordering uitsluiten, zijn voor de MKB ondernemer nadelig. Als u uw vorderingen niet mag overdragen, dan wordt u belemmerd in het liquide maken daarvan, hetgeen de financiering van uw onderneming bemoeilijkt. Omdat financiers geen diepgaand en herhaald onderzoek doen naar de portefeuilles en het bestaan van deze clausules, wordt het risico over de exacte hoogte van de portefeuille  “ingecalculeerd”, met andere woorden bij u neergelegd, en leidt dit tot een hogere rente voor uw krediet.

Als u schuldenaar bent, kunt u om diverse redenen wel belang hebben bij een dergelijk cessieverbod. Een van die redenen is dat u wilt voorkomen dat een langdurige handelsrelatie met uw schuldeiser eindigt en daarmee bijvoorbeeld ook de gepaard gaande coulance en flexibiliteit aan de zijde van die schuldeiser. Doorgaans is de nieuwe crediteur (factoring/financieringsmaatschappij) niet zo flexibel en u heeft dan ook baat bij het verbieden van de “crediteurenwissel”. Ook kunnen door de overdracht mogelijkheden tot verrekening en andere verweermiddelen van u als schuldenaar door de cessie verloren gaan. Tot slot kan er onduidelijkheid ontstaan over de vraag aan wie u bevrijdend kunt voldoen.

Hoge Raad 21 maart 2014 Coface Finanz/Intergamma zaak: deze clausules hebben niet langer goederenrechtelijk effect

De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 21 maart 2014 in de zaak Coface Finanz/Intergamma bepaald dat deze clausules voortaan zodanig moeten worden uitgelegd dat partijen met het opnemen van een cessie- of verpandingsverbod geen goederenrechtelijk effect zullen hebben beoogd, in ieder geval niet als ze daarover niets hebben afgesproken. Met andere woorden: het cessieverbod maakt de vordering niet langer onoverdraagbaar, het goederenrechtelijk effect moet uitdrukkelijk worden uitgesloten. Als u vanaf nu toch overdraagt, handelt u in strijd met het verbod, u schiet contractueel tekort, maar anders dan voorheen is de vordering wel overgedragen.

Wat betekent deze uitspraak van de Hoge Raad nu voor de praktijk?

Als u als schuldenaar niet wilt dat uw schuldeiser zijn vordering op u vrijelijk overdraagt aan een derde, dan zult u dit vanaf nu met zoveel woorden moeten vastleggen (bijv. in uw inkoopvoorwaarden). U zult dus moeten bepalen dat een eventuele overdracht of verpanding geen goederenrechtelijk effect heeft. U kunt hiervoor bijvoorbeeld in uw algemene (inkoop)voorwaarden de volgende bewoordingen gebruiken: “Zonder voorafgaande (schriftelijke) toestemming van [schuldenaar] zal [schuldeiser] zijn vordering op [schuldenaar] niet met goederenrechtelijk effect kunnen overdragen of verpanden.”

Als u als MKB ondernemer (in uw hoedanigheid van schuldeiser) juist de vrijheid wilt hebben om uw vordering over te dragen of te verpanden, laat u dan nog eens goed kijken naar de bestaande formulering van uw voorwaarden. U doet er verstandig aan deze zodanig aan te passen, dat de reikwijdte van dat verbod slechts verbintenisrechtelijk is. U vermeldt dan: “Een cessie- of verpandingsverbod heeft slechts verbintenisrechtelijke gevolgen.

Heeft u vragen? Belt of mailt u gerust (0)183-513745  info@lexwoodlegal.nl

Advertenties

Het gebruik van algemene voorwaarden en de Battle of Forms: Welke algemene voorwaarden gelden wanneer beide partijen verwijzen naar eigen algemene voorwaarden?

 

contractenOp 18 maart 2014 heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (vindplaats: ECLI:NL:GHSHE:2014:748) een uitspraak gedaan over het bekende fenomeen “battle of forms”. Dit betreft de vraag welke algemene voorwaarden van toepassing zijn wanneer beide partijen (aanbieder en acceptant) verwijzen naar de toepasselijkheid van hun eigen algemene voorwaarden. Volgens het geldend recht komt aan de tweede verwijzing naar (eigen) algemene voorwaarden geen werking toe wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen. De vraag die in de onderhavige zaak door het Hof is beantwoord gaat over de invulling van het begrip uitdrukkelijk.

De casus: Buva en VDL sloten met elkaar een koopovereenkomst. Buva kocht producten van VDL (kitkaders) en VDL moest deze producten aan Buva leveren. Er vond een offerte traject plaats welk traject uiteindelijk resulteerde in het plaatsen van een order door Buva bij VDL.

In de offerte van VDL stond vermeld:

“Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald zijn op al onze offertes en leveringen door onze sektie Metaal van toepassing (…) en door onze sektie Kunststoffen: de Algemene Voorwaarden van de Producenten Vereniging Thermoplasten (PVT) onderdeel van de Federatie NRK (…)”

In de bestelopdracht van Buva stond vermeld:

“(…) Door acceptatie van deze inkoopopdracht verklaart u alleen de BUVA algemene inkoopvoorwaarden, (…) van toepassing te zijn.”

Het geschil: Na levering ontstond tussen partijen een geschil over de kwaliteit geleverde kitkaders van VDL. Buva was van mening dat VDL in haar verplichtingen was tekortgeschoten, en startte een procedure waarbij zij ontbinding van de koopovereenkomst vorderde, terugbetaling van de koopsom van Euro 48.900, en toewijzing eiste van geleden schade groot € 207.570,85. Onderdeel van de rechtsstrijd tussen partijen was o.a. de vraag wiens algemene voorwaarden van toepassing waren. De voorwaarden van Buva of de voorwaarden van VDL? De vraag was van belang omdat de algemene voorwaarden van VDL beperkingen bevatten ter zake de omvang van aansprakelijkheid.

Geldend recht: In het Nederlands recht geldt de vuistregel dat wanneer beide partijen verwijzen naar verschillende algemene voorwaarden, de overeenkomst tot stand komt met toepassing van de algemene voorwaarden van de partij die het eerst naar haar voorwaarden heeft verwezen, tenzij de toepassing van deze (eerste verwijzing naar) algemene voorwaarden bij de aanvaarding van het aanbod uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen door de acceptant. Met andere woorden: degene die het eerst verwijst (bijv. in de offerte) wint, tenzij degene die aanvaardt (degene die de offerte accepteert) de eerste voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wijst.

Wat is uitdrukkelijk?: Volgens vaste rechtspraak moet het uitdrukkelijk van de hand wijzen op een zodanige manier gebeuren dat het de aanbieder niet kan zijn ontgaan. Volgens Buva had zij uitdrukkelijk van de hand gewezen, nu zij niet alleen een zgn. afweerclausule in de algemene voorwaarden had staan, maar nu zij ook de bovenstaande tekst op de bestelopdracht had gedrukt met hetzelfde lettertype en –grootte, waarop bovendien VDL haar goedkeuringsstempel had geplaatst. Dit in tegenstelling, aldus Buva, van VDL die haar verwijzing had opgenomen in een standaardprint in klein, afwijkend lettertype onderaan haar briefpapier.

Het Hof is het niet met Buva eens. Het Het Hof oordeelt dat de verwijzing naar de eigen voorwaarden in de bestelopdracht van Buva een impliciete afwijzing inhoudt van andere algemene voorwaarden dan haar eigen voorwaarden, maar dat het geen uitdrukkelijke afwijzing als bedoeld en vereist in artikel 6:225 lid 3 BW. Wil sprake zijn van een dergelijke uitdrukkelijke afwijzing, dan zal volgens het Hof duidelijk moeten zijn dat andere voorwaarden worden afgewezen en welke voorwaarden worden afgewezen. Aan de precieze plaatsing van het stempel van VDL op de bestelopdracht kan naar het oordeel van het Hof geen zelfstandige betekenis worden toegekend. Met dat stempel is kennelijk een akkoord met de bestelopdracht gegeven.

Conclusie

Het afwijzen van algemene voorwaarden van uw contractuele wederpartij moet uitdrukkelijk plaatsvinden. Een afwijzende clausule in de eigen algemene voorwaarden is volgens vaste rechtspraak onvoldoende. Ook onvoldoende is een standaard tekst op een opdrachtbevestiging waarin u erop wijst dat slechts uw voorwaarden van toepassing zijn. De afwijzing is alleen succesvol indien deze expliciet is, en u de voorwaarden van uw contractuele wederpartij met naam en toenaam noemt en van de hand wijst.

Heeft u vragen over het gebruik van algemene voorwaarden?

Belt of mailt u gerust +31 (0) 183 513745 info@lexwoodlegal.nl

Waar moet uw webshop per 1 juni 2014 aan voldoen?

Op 11 maart 2014 is door de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat leidt tot aanpassing van het consumentenrecht. Deze aanpassingen hebben een aantal belangrijke gevolgen voor ondernemers die een webshop exploiteren. Per 1 juni 2014 moet uw webshop aan deze nieuwe regels zijn aangepast. Waaraan moet uw webshop voldoen?

Hier volgt een kort overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

Het recht van ontbinding: het retourrecht van de consument verder uitgebreid van 7 naar 14 dagen

Een belangrijke wijziging is de verlenging van de ontbindingstermijn voor de consument. Dat is de termijn waarbinnen een consument zich mag bedenken nadat de koop is gesloten en binnen welke termijn hij alsnog van de koop mag afzien. Die bedenktijd is verlengd en gaat van 7 werkdagen naar 14 kalenderdagen. De termijn begint te lopen na ontvangst van de producten door de consument. Bij meerdere producten gaat de termijn pas in na levering van het laatste product.

Informeren van de consument over het recht van ontbinding: nog duidelijker informeren via het modelformulier en de modelinstructies

Per 1 juni 2014 moet de consument op uw website nog duidelijker geïnformeerd en geïnstrueerd worden over de wijze waarop hij gebruik kan maken van zijn ontbindingsrecht. U kunt hiervoor een aantal modelteksten gebruiken die door de wetgever zijn ontwikkeld. Zo is hiervoor een modelformulier ontwikkeld waarmee de consument kan aangeven dat hij gebruik wil maken van het recht van ontbinding. Gebruik van het modelformulier is overigens niet verplicht. De consument mag immers ook op andere wijze ontbinden. Hiernaast zijn modelinstructies voor herroeping ontwikkeld, waarin uitgebreid wordt beschreven hoe de consument na ontbinding heeft te handelen en wat hij van u als verkoper kan verwachten. Dit is belangrijk want als u de consument niet juist of volledig informeert over zijn rechten, dan wordt u als ondernemer gestraft: de consument heeft dan een jaar lang retourrecht.

Verkoopt u via marktplaats of vergelijkbare sites? Ook dan geldt het recht van ontbinding en heeft de consument het herroepingsrecht.

Gevolgen ontbinding: De retourtermijn en de verplichting tot terugstorten van de koopprijs en de verzend- en betaalkosten binnen 14 dagen i.p.v. 30 dagen

Nadat de consument de ontbinding heeft ingeroepen, krijgt hij nog eens 14 dagen de tijd om het product te retourneren. Dit betekent dat u 28 dagen na levering alsnog het product retour kunt ontvangen.

Binnen 14 dagen na ontbinding c.q. na ontvangst van het product moet u alle betaalde bedragen, inclusief de verzend- en betaalkosten, aan de consument terugbetalen. Deze termijn van terugbetaling was voorheen 30 dagen en is per 1 juni 2014 dus verkort naar 14 dagen.

De kosten van retourneren zijn voor rekening van de consument, maar alleen als u dit vooraf kenbaar heeft gemaakt (bijv. in de hiervoor genoemde modeldocumenten). Doet u dit niet, dan komen ook de kosten van het retourneren voor u. Het slechts vermelden hiervan in de algemene voorwaarden is na 1 juni 2014 dus niet meer toereikend; dit moet ook afzonderlijk op de website worden vermeld.

Wat u ook nog moet weten: tijdens de zichttermijn heeft de consument het recht om het product te gebruiken. Kapotte of te ver gebruikte producten die retour worden gezonden, mogen niet zonder meer door u geweigerd worden. U moet de retouren accepteren en moet uw schade dan bij de consument in rekening brengen door verrekening met het aankoopbedrag.

Uitzonderingen op het recht van ontbinding: wat mag niet geretourneerd worden?

Verkoopt u in uw webshop bederfelijke waren, intieme producten, tijdschriften of loterijkaartjes? Het retourrecht geldt dan niet voor u. Ook zaken die gepersonaliseerd zijn of specifiek voor een consument zijn gemaakt, kunnen niet retour worden gezonden. Ook hier weer oppassen geblazen: u moet duidelijk melden dat de consument geen recht tot ontbinding heeft en dat herroeping is uitgesloten voor deze categorie.

Duidelijkheid over de prijzen

De verkoper moet duidelijk de totale en bijkomende (verzend)kosten van een product of service weergeven, dus inclusief eventuele extra toeslagen. Als u niet duidelijk of volledig bent geweest, dan hoeft de consument ook niet voor deze extra kosten te betalen. Bovendien mogen er geen hogere betaalkosten in rekening worden gebracht dan de kosten daadwerkelijk waren. Hoge creditcard toeslagen zijn niet meer mogelijk.

De informatieplicht: niet alleen vooraf maar ook nadat de koop is gesloten

U moet de consument op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie ter beschikking stellen voordat hij een product koopt. Deze informatie moet snel en gemakkelijk vindbaar zijn op uw website, zodat de consument alle tijd heeft om zich in te lezen, voordat hij iets gaat bestellen. Dit betreft niet alleen informatie over uw bedrijf, maar betreft ook informatie over de betaling, de verzending, het retourneren, het bestellen, de garantie etc. Deze informatie moet dan ook niet alleen op de website vermeld staan, en dus te lezen zijn voor de koop, dit moet u nadat de koop is gesloten, nogmaals aan de consument toezenden. Dit kunt u bijvoorbeeld doen in de bevestigingsmail aan de consument.

Een nieuwe bestelknop: bestellen=betalen

Per 1 juni 2014 is iedere webwinkel verplicht om een bestelknop te hanteren die duidelijk maakt dat bestellen niet vrijblijvend is en tot betalen verplicht. De tekst van de knop mag geen twijfel laten bestaan en dient de betaalverplichting te vermelden: “bestelling met betaalplicht”. Laat u dit na, dan kunt u de consument niet aan de overeenkomst houden.

Boetes bij overtreding: handhaving via de Autoriteit Consument en Markt

Naast de hierboven genoemde “straffen” die u riskeert als u niet voldoet aan de nieuwe wetgeving, zoals het opdraaien voor de retourkosten, het retourrecht dat een jaar geldt, het recht van de consument een onverkoopbaar product terug te sturen als hij niet op de verrekening van schade is gewezen, mag de wetgever zelf ook sancties opleggen. Houdt u zich niet aan de regels, dan riskeert u een boete die u kan worden opgelegd door de Autoriteit Consument en Markt. Deze boetes kunnen aanzienlijk zijn, nu het maximum bedrag is vastgesteld op Euro 900.000,-.

Vragen over uw webshop en de nieuwe wetgeving?

Bel of mailt u gerust met uw vraag: 06 46 04 14 14 –  info@lexwoodlegal.nl

LexwoodLegal advocatuur & advies

LexwoodLegal, Advocatuur & Advies, is een advocatenkantoor zonder opsmuk, gericht op de zakelijke markt. LexwoodLegal is de sparringpartner, de vertrouweling, de vraagbaak, de bondgenoot, de probleemoplosser, de strateeg en de ontzorger van de ondernemer. LexwoodLegal is het professionele advocatenkantoor met een gezicht, dat de ondernemer door en door kent, en weet wat hem beweegt. Als gevolg van deze aanpak is LexwoodLegal al vele jaren huisadvocaat voor veel ondernemers. LexwoodLegal gaat tot het uiterste om een maximaal resultaat te bereiken. Goedschiks als het kan, kwaadschiks als het moet. LexwoodLegal signaleert, adviseert en vertegenwoordigt u in rechte als dat nodig is tegen een zeer scherp tarief.