Borgstellingen in het internationale handelsverkeer: de positie van de avalgever nader toegelicht.


contracten
Op 7 mei 2014 deed de Rotterdamse rechtbank een uitspraak over de rechtspositie van de avalgever. Aval is de borgstellingsconstructie waarbij een derde (de avalgever) zich borg stelt voor de betalingsverplichting van een ander (de geavalleerde) en wordt gebruikt in het internationale handelsverkeer. Als internationaal opererende ondernemer kunt u deze constructie dus ook tegenkomen. Hoe zit het eigenlijk met de rechten van de avalgever als borg? En wanneer mag een avalgever de betaling weigeren? (ECLI:NL:RBROT:2014:3158)

De feiten

Wave exploiteert met haar vier dochtervennootschappen franchiseformules die zijn gericht op kappersactiviteiten. Hairhold Benelux is enig aandeelhouder van Wave. Op 27 juli 2010 heeft het Italiaanse bedrijf Panatta een op naam van Hairhold Benelux staande order voor fitnessapparatuur ontvangen voor een totaalbedrag van € 412.668. Onderdeel van de betalingsvoorwaarden was (o.a.) de eis van Panatta dat haar bank zes orderbriefjes (zgn. promissory notes) zou ontvangen, uitgegeven door Hairhold Benelux en voor aval getekend door Wave ten gunste van Panatta. De handtekeningen op de orderbrieven dienden op verzoek van Panatta te worden gelegaliseerd door een notaris. Dat is ook gebeurd. Elk orderbriefje vermeldde een deelbedrag en had een verschillende vervaldatum. De apparatuur werd door Panatta geleverd en de levering is uitdrukkelijk goedgekeurd door Hairhold Benelux. De eerste promissory note werd betaald. De volgende niet. De advocaat van Hairhold Benelux en Wave liet aan Panatta weten dat zij geen verdere betalingen uit hoofde van de overeenkomst zouden verrichten. Panatta legt dan beslag onder Wave en vordert van Wave als avalgever de betaling van het bedrag dat onbetaald is gebleven.

Het verweer van Wave

Wave voert verweer bij de rechtbank. Zij stelt zich op het standpunt dat zij niet aan de borgtocht is gebonden, omdat de overeenkomst tussen Panatta en Hairhold Benelux waarop de uitgifte van de promissory notes is gebaseerd, niet (rechtsgeldig) tot stand zou zijn gekomen. Volgens Wave zou er namelijk zijn gerommeld met de handtekeningen door Hairhold Benelux en zouden de handtekeningen op de orderbrieven niet rechtsgeldig zijn, althans niet door de bevoegde persoon zijn gezet. Volgens Wave zou er sprake zijn geweest van opzet/fraude, nu ook ten onrechte zou zijn verklaard door Hairhold Benelux dat de levering zoals uitgevoerd door Panatta zou kloppen. Dat zou volgens Wave niet het geval zijn nu de levering onvolledig zou zijn geweest en niet door Hairhold Benelux maar door een andere BV zou zijn ontvangen. Wave stelt (o.a.) dat zij op grond van artikel 6:248 lid 2 BW (de redelijkheid en billijkheid) en gelet op de voorgaande omstandigheden niet aan haar verplichtingen voortvloeiende uit de borgtocht kan worden gehouden.

Het karakter van de orderbrief en de positie van de avalgever

De rechtbank stelt eerst vast wat het karakter is van de afgegeven promissory notes (orderbrieven). Deze behelzen, aldus de rechtbank, onder meer een onvoorwaardelijke belofte tot betaling door de schuldenaar. De rechtbank haalt dan artikel 131 Wetboek van Koophandel (WvK) aan waarin is bepaald dat de avalgever op dezelfde wijze verbonden is als degene, voor wie het aval is gegeven, de geavalleerde (lid 1). Volgens lid 2 van ditzelfde artikel is de verbintenis geldig, zelfs indien, wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek, de door de avalgever gewaarborgde verbintenis nietig is.

De positie van de avalgever is hiermee min of meer te vergelijken met de positie van de bank die een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankgarantie verstrekt.

De rechtbank vervolgt door te wijzen op artikel 106 WvK. Dit bepaalt (in ouderwets Nederlands) ten aanzien van valse handtekeningen zelfs, dat deze de geldigheid van de overige handtekeningen niet aantasten: “Indien de wisselbrief handteekeningen bevat van personen, die onbekwaam zijn zich door middel van eenen wisselbrief te verbinden, valsche handteekeningen, of handteekeningen van verdichte personen, of handteekeningen, welke, onverschillig om welke andere reden, de personen, die die handteekeningen hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen der andere personen, wier handteekeningen op den wisselbrief voorkomen, desniettemin geldig”.

De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bepalingen vast dat de avalgever een materiële zelfstandige garantieverbintenis heeft waarmee de avalgever niet alleen de betaling, maar ook de geldigheid van de schuld in het orderbriefje garandeert. De mate van gebondenheid is hiermee erg groot voor de avalgever nu deze min of meer wordt geabstraheerd van de onderliggende rechtsverhouding.

Beroep op de redelijkheid en billijkheid faalt eveneens

De rechtbank verwerpt eveneens het verweer van Wave dat zij op grond van de redelijkheid en billijkheid niet aan de aval kan worden gehouden. De rechtbank stelt voorop dat Wave, als de partij die een beroep doet op artikel 6:248 lid 2 BW, de plicht rust om voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen, en zonodig te bewijzen, waaruit dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat zij aan haar verplichtingen als waarborg jegens Panatta wordt gehouden. Gelet op het karakter van de aval, aldus de rechtbank, zal daarvan slechts bij zeer uitzonderlijke feiten en omstandigheden sprake kunnen zijn.

Wave had hiervoor aangevoerd dat Hairhold Benelux zou mogen opschorten dan wel de onderliggende koopovereenkomst zou mogen ontbinden, nu er gebreken zouden kleven aan de levering van Panatta. Hairhold Benelux had de fitnessapparatuur immers niet ontvangen, althans had minder apparatuur ontvangen, en de levering had feitelijk plaatsgevonden op een ander adres. Wave probeert de rechtbank ervan de overtuigen dat zij niet de dupe mag worden van de opzet/fraude van de (toenmalige) bestuurder van Hairhold Benelux en dat het onder deze omstandigheden onbillijk en onredelijk is dat zij wordt gehouden aan de borgstelling. De rechtbank gaat hier niet in mee. Volgens de overeenkomst mocht er door Panatta op een ander adres worden geleverd en de rechtbank meent ook dat de gestelde opzet niet voor rekening van Panatta mag komen. De vordering van Wave wordt op alle onderdelen afgewezen. Wave moet als avalgever betalen.

Conclusie: De onderneming die zich middels aval borgstelt voor een onvoorwaardelijke betalingstoezegging van een ander (de geavalleerde), is gebonden aan deze zelfstandige borgstellingsverplichting. Zelfs als de onderliggende verbintenis nietig is, is de avalgever gebonden. De avalgever kan zich dus ook niet beroepen op de verweren die de geavalleerde wellicht toekomen. Hoewel het in deze zaak zuur is voor Wave dat zij de dupe wordt van een frauderende voormalige bestuurder, is het resultaat van de uitspraak te billijken. Panatta maakt geen onderdeel uit van de fraude, staat hier immers buiten, en heeft bovendien de eis gesteld dat de handtekeningen door een notaris zouden worden gelegaliseerd. Hetgeen ook is gebeurd. En ook dat is weer heel zuur voor Wave, want de notaris heeft ook al niet goed opgelet.

Rechtstreeks uw vraag aan mij stellen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s