Ontslag op staande voet: geef je werkgever geen kopstoot

Best_Solution

Op 9 september 2014 heeft het Hof Den Bosch een vonnis van de kantonrechter bekrachtigd waarin een kopstoot van een werknemer heeft geleid tot een ontslag op staande voet (ECLI:NL:GHSHE:2014:3537)

Feiten: de kopstoot

Werknemer is chauffeur en ongeveer 10 jaar in dienst wanneer in juni 2012 tussen werknemer en diens leidinggevende een functioneringsgesprek plaatsvindt. Bij dit gesprek is ook een collega van de afdeling planning aanwezig. Tijdens dit gesprek wordt werknemer op staande voet ontslagen. Enkele dagen later mag werknemer op gesprek komen en zijn kant van het verhaal doen. Uit de verklaringen van zowel werknemer, leidinggevende en de aanwezige planner blijkt dat het functioneringsgesprek uit de hand is gelopen naar aanleiding van een discussie over het dragen van verplichte bedrijfskleding. De werknemer wil het functioneringsgesprek daarop beëindigen, vraagt het onderwerp te laten rusten en als de leidinggevende dit weigert, maakt hij aanstalten om de ruimte te verlaten. De leidinggevende zegt dan tweemaal “Hier!” tegen de werknemer. De werknemer verklaart een “waas” voor ogen te hebben gekregen, loopt dan op de leidinggevende af en geeft deze een (bijna) kopstoot.

Beroep nietigheid ontslag faalt

De werknemer vecht het ontslag op staande voet aan en stelt zich beschikbaar om de bedongen arbeid te hervatten. De werkgever weigert dit, en dan spant de werknemer een procedure aan bij de kantonrechter waarin hij doorbetaling van zijn salaris eist. De kantonrechter geeft de werknemer ongelijk, waarna hij hoger beroep instelt.

Wetenschap slechte psychische gesteldheid werknemer niet relevant noch bewezen

De werknemer geeft in het hoger beroep aan dat de leidinggevende wetenschap had van de slechte psychische gesteldheid en persoonlijke omstandigheden van werknemer (echtscheiding, verkeersongeval) en dat hij – nu hij op vijandige toon het gesprek voortzette – de uitbarsting min of meer zelf zou hebben “getriggerd”. De werknemer had juist het gesprek willen beëindigen, en willen weglopen, hetgeen de leidinggevende had moeten toestaan om escalatie te voorkomen, aldus de werknemer. Hierdoor reageerde werknemer niet meer op rationele wijze. Ook betoogt de werknemer tevergeefs dat hij niet de intentie had om letsel toe te brengen, en dat hij voor zover hij het voorhoofd van de leidinggevende had geraakt, dit werd veroorzaakt omdat zij dicht bij elkaar zouden staan en hij slechts een schijnbeweging had willen maken. Bovendien had de werknemer zich bedacht en was het zo ver niet gekomen; een bijna kopstoot dus. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarvoor werknemer direct al zijn excuses heeft aangeboden.

Maatstaf ontslag op staande voet

Het hof oordeelt dat van een ongelukkige samenloop van omstandigheden geen sprake is. Het Hof stelt voorop dat op grond van artikel 7:678 eerste lid, BW als dringende redenen in de zin van het eerste lid van artikel 7:677 BW worden beschouwd, zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag òf van zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats in de beschouwing te worden betrokken de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst toch gerechtvaardigd is.

De afweging vindt plaats in het nadeel van werknemer. Het hof verwerpt de stelling van de werknemer dat hij geen fysiek geweld heeft uitgeoefend, althans dat het met dit fysieke geweld wel zou meevallen. Ook het aanraken van het voorhoofd als gevolg waarvan hoofdpijn ontstaat (hetgeen niet is bestreden), levert (opzettelijk) fysiek geweld op.

Conclusie: Het Hof is van oordeel dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan worden gevergd dat zij, ondanks het (vastgestelde) fysieke geweld van werknemer ten gevolge waarvan een leidinggevende letsel heeft ondervonden, het dienstverband met werknemer laat voortduren. Het Hof geeft aan dat dit niet anders is, wanneer er vanuit zou moeten worden gegaan dat de leidinggevende “Hier” zou hebben geroepen.  Het ontslag op staande voet is geheel terecht voor de (bijna) kopstoot.

Heeft u vragen? Belt u dan naar 0183-513 745  of mailt u naar theodora@lexwoodlegal.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s