MKB-ers opgelet: Kredietopzeggingen door de Hoge Raad makkelijker gemaakt

contracten

Op 10 oktober 2014 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen inzake de norm die rechters voortaan moeten hanteren bij de beoordeling van de vraag of een kredietopzegging door de bank onrechtmatig is (ECLI:NL:HR:2014:2929). Wat is die nieuwe norm?

De (oude) beoordelingsmaatstaf en de speciale zorgplicht van de baan

Op basis van een arrest uit 2003 van het Gerechtshof te Arnhem (zaak Rabobank/Aarding) gold dat het recht van kredietopzegging, ook wanneer contractueel vastgelegd, door de bank alleen dan mocht worden uitgeoefend, als voor de opzegging van dat krediet een voldoende zwaarwegende grond bestond, én de opzegging voldeed aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Volgens het Arnhemse Hof had de bank een speciale zorgplicht waaraan zij moest voldoen, waarvan steeds moest worden beoordeeld of deze was nagekomen. Zo waren tal van factoren van belang: hoe groot was de achterstand, waren er voldoende zekerheden gesteld, kon er geherfinancierd worden etc. Dit waren omstandigheden die kredietnemers in procedures aanvoerden teneinde de opzegging ongedaan te maken. Kredietnemers hadden, ondanks de “dichtgetimmerde” bankvoorwaarden, gelet op deze jurisprudentie wel wat onderhandelingsruimte. Deze ruimte is nu ingeperkt door de Hoge Raad.

De casus: opzegging totale kredietfaciliteit door de ING en vorderen boeterente

In deze zaak ging het om een zakelijke kredietfaciliteit bij de ING die een dagelijks opzegbare rekening-courant faciliteit kende en twee vaste leningen met een bepaalde looptijd. In de bankvoorwaarden was opgenomen dat wanneer een of meer verplichtingen niet juist werden nagekomen dit automatisch leidde tot een einde van de gehele kredietfaciliteit.

De ING ging over tot opeising van de gehele faciliteit omdat er bij de kredietnemer sprake zou zijn van ongeoorloofde onttrekkingen en van onvoldoende resultaten en kasstromen. Bovendien zouden de kwartaalcijfers te laat zijn aangeleverd. De kredietnemer protesteerde tegen de opzegging door te stellen dat de rente- en aflossingen op de twee vaste leningen correct werden nagekomen, en dat er een hoge overwaarde was in de verstrekte zekerheden die het krediet voldoende dekten. De opzegging was hiermee volgens de kredietnemer onterecht. De ING vorderde bovendien een “boeterente” vanwege de voortijdige opeising van het krediet.

Zowel de rechtbank als het Hof hebben geoordeeld dat de rekening courant mocht worden opgeëist, maar dat dit niet gold voor de twee correct nagekomen vaste leningen en de opgelegde boeterente. De ING was het hier niet mee eens en legde de zaak voor aan de Hoge Raad.

Nieuwe norm: Opzegging alleen onrechtmatig als deze onaanvaardbaar is

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 oktober 2014 afstand genomen van de “oude” leer en uitgemaakt dat opzegging (mits contractueel vastgelegd) steeds toelaatbaar is, tenzij deze opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Een andere norm dus dan voorheen gold en een nieuwe norm die het belang van de naleving van de kredietovereenkomst voorop stelt.

Opzegging is alleen dan onrechtmatig indien deze “onaanvaardbaar” is, hetgeen door de kredietnemer bewezen moet worden. Dat zal niet snel aan de orde zijn, en dat is ook precies de bedoeling volgens de Hoge Raad, die aangeeft dat de toets zeer restrictief moet worden toegepast. De Hoge Raad wijst erop dat wanneer professionele partijen met elkaar zaken doen, de rechters de gemaakte afspraken moeten respecteren. De speciale zorgplicht van banken lijkt hiermee van de baan.

De Hoge Raad vond de onderhavige zaak een voorbeeld waarin sprake was van een onaanvaardbaar resultaat: de opzegging van de vaste leningen (waarop netjes werd afbetaald) én het vorderen van een boeterente werden onaanvaardbaar geacht. De uitspraak van het Hof werd in stand gelaten.

Conclusie: De Hoge Raad heeft de norm voor onrechtmatigheid van een kredietopzegging aangescherpt. Alleen indien opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, kan de bank haar rechten niet uitoefenen. Het gevolg van de nieuwe norm is dat rechters minder speelruimte hebben in procedures over onrechtmatige kredietopzeggingen. Immers, als de bank “netjes” de eigen voorwaarden heeft gevolgd, hierover duidelijk heeft gecorrespondeerd, de kredietnemer een redelijke termijn voor opeising heeft gesteld, dan zal de opzegging eerst onrechtmatig zijn wanneer deze onaanvaardbaar is. En dat zal natuurlijk niet snel het geval zijn. Indien voorzienbaar is dat de nakoming van de kredietverplichting in het gedrang komt, doen ondernemers er goed aan met de bank in gesprek te treden en alvast oplossingen aan te dragen. De kans dat een opzegging dan onaanvaardbaar wordt geacht is groter dan wanneer het leed al is geschied.

Heeft u vragen? Belt of mailt u gerust naar: 0183 – 513 745 of theodora@lexwoodlegal.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s