Toegetreden tot een bestaande v.o.f.? Dan bent u óók aansprakelijk voor “oude” schulden!

Building_Dialogue

De Hoge Raad heeft zich onlangs uitgelaten over de principiële vraag of een toetredende vennoot tot  een v.o.f. aansprakelijk is voor schulden die zijn ontstaan vóór diens toetreding tot de v.o.f. Het antwoord luidt bevestigend: een vennoot is aansprakelijk voor alle schulden, en dus ook voor “oude” schulden (ECLI:NL:HR:2015:588).

Toetreden tot een v.o.f.: onderscheid tussen oude en nieuwe schulden relevant?

X is toegetreden tot een bestaande v.o.f. genaamd Carlande met als bedrijfsomschrijving: het detacheren van chauffeurs binnen het beroepsgoederenvervoer over de weg. Carlande wordt per 12 januari 2011 opgeheven en diverse schuldeisers blijven onbetaald.

X wordt dan door een schuldeiser (Pensioenfonds) gedagvaard. Volgens het Pensioenfonds moet X € 53.347,12 aan premies en kosten betalen. De kantonrechter wijst de vordering van het Pensioenfonds toe. X is als vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van Carlande en daaraan doet volgens de kantonrechter niet af dat die schulden vóór zijn aantreden als vennoot zijn ontstaan.

Is aanvaarding van de “oude” schulden door de nieuwe vennoot relevant?

X laat het er niet bij zitten en stelt hoger beroep in. X stelt in het hoger beroep dat hij weliswaar hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van de v.o.f., maar dat hij zich niet gehouden acht om premies te betalen over periodes voorafgaand aan zijn aantreden. Volgens X hadden de schuldeisers van de v.o.f. alle gelegenheid om hun vorderingen mede te verhalen op de ten tijde van het ontstaan van hun vordering verantwoordelijke vennoten en er zou geen enkele rechtens aanvaardbare aanleiding zijn om hen bij toetreding van een volstrekt nieuwe vennoot een extra verhaalsmogelijkheid in de schoot te werpen indien en zo lang deze vennoot op geen enkele wijze zelf aangeeft deze verplichtingen op zich te willen nemen. Hiermee heeft X de heersende lijn in de rechtsliteratuur aangehaald, maar het Hof wijst dit verweer resoluut af.

Hoge Raad: alle vennoten aansprakelijk voor alle schulden!

X stelt dan cassatie in over deze principiële vraag. De Hoge Raad had zich niet eerder uitgelaten over de vraag of een toetredende vennoot óók aansprakelijk is voor schulden die vóór zijn toetreden zijn ontstaan, zodat het arrest van groot belang is. In de lagere rechtspraak en literatuur heerste bovendien verdeeldheid. De Hoge Raad heeft nu aan deze onzekerheid een einde gemaakt.

Volgens de Hoge Raad, en onder verwijzing naar de tekst en parlementaire geschiedenis van art. 18 WvK is het altijd de bedoeling van de wetgever geweest om alle vennoten voor alle schulden van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk te doen zijn. De regeling in art. 18 WvK is ongeclausuleerd, waaruit kan worden afgeleid dat vennoten die toetreden mede aansprakelijk zijn voor schulden die vóór de toetreding zijn ontstaan, aldus de Hoge Raad.

Volgens de Hoge Raad wordt hiermee de rechtszekerheid bevorderd en mogelijke complicaties, wanneer bijvoorbeeld onduidelijk is wanneer een schuld is ontstaan of wanneer een vennoot is toegetreden, worden voorkomen. Van een toetredende vennoot mag worden verwacht dat hij een (due diligence) onderzoek zal uitvoeren naar de (vermogensrechtelijke) positie van de vennootschap alvorens hij toetreedt. Mocht hij bij dat onderzoek op “oude” schulden stuiten, dan staat het hem vrij hierover (regres)afspraken te maken met de bestaande vennoten, een voorstel te doen tot het oprichten van een nieuwe v.o.f./c.v. of af te zien van het toetreden.

Met het gegeven dat schuldeisers hun schulden kunnen verhalen op het gehele vennootschapsvermogen, waaronder ook het vennootschapsvermogen voor zover ingebracht door toetredende vennoten, valt immers moeilijk te rijmen dat schuldeisers zich wel op het privévermogen van bestaande vennoten, maar niet op het privévermogen van toetredende vennoten kunnen verhalen, aldus de Hoge Raad.

Conclusie: Wanneer u toetreedt tot een bestaande v.o.f. bent u hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de v.o.f. ongeacht het moment van ontstaan van die schulden. Toetreden zonder voorafgaande due diligence is onverstandig. Komt u “oude” schulden tegen dan moet dus intern afgesproken worden wie / wat / hoeveel zal moeten betalen.  Doet u dat niet, dan heeft u geen regres voor het geheel.

Heeft u vragen? Neem contact op met 0183 513745 / theodora@lexwoodlegal.nl

Advertenties

Een intentieverklaring tekenen zonder juridisch advies? Penny wise, pound foolish!

contracten

Op 4 februari 2015 heeft de rechtbank in Den Haag een uitspraak gedaan in een zaak waarin onderhandelingen werden afgebroken die gevoerd werden naar aanleiding van een intentieovereenkomst (LOI). De afbrekende partij vorderde een ton aan externe advieskosten die werden toegekend. Wat had anders gemoeten? (http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:1087).

Onderhandelingen over een participatie / overname

Antea is een investeerder en wordt in opdracht van Experience benaderd om in Experience te investeren/participeren. Na ondertekening van een geheimhoudingsovereenkomst ontvangt Antea een “company presentation” over Experience waarin de vooruitzichten van Experience positief worden weergegeven. Er wordt dan een intentieverklaring ondertekend waarin de voorgenomen transactie wordt vastgelegd. Antea maakt een aantal voorbehouden, waaronder het nog zullen verrichten van een due diligence onderzoek en het verkrijgen van voorafgaande goedkeuring door de Raad van Commissarissen.

Ten aanzien van de externe advieskosten van Antea in verband met de deal, wordt in de LOI bepaald dat deze voor rekening van Experience zullen komen indien de deal doorgang vindt (met een maximum van Euro 75.000). Bij het niet doorgaan van de transactie, komen deze kosten echter voor rekening van Antea, tenzij op basis van de uitkomsten van het due diligence onderzoek er redelijkerwijs niet van Antea kan worden gevergd dat zij de transactie realiseert tegen de in de LOI genoemde voorwaarden. In dat geval mag Antea de externe advieskosten verhalen op Experience. Experience krijgt op voorhand inzage in de offertes van de adviseurs van Antea.

Due Diligence onderzoek

Het due diligence onderzoek vindt plaats en dan blijkt volgens het d.d.-rapport dat Experience er niet zo rooskleurig voorstaat als in de company presentation voorgeschoteld. Sterker nog, volgens het d.d.rapport verkeert Experience in een pre-faillissement situatie. Antea beëindigt de onderhandelingen nu volgens haar het due diligence onderzoek een substantieel ander beeld van de onderneming (en haar waarde) toonde, en de situatie sterk afwijkt van de door Experience verstrekte informatie. Antea stelt dan dat van haar redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij tegen de voorwaarden zoals overeengekomen in de LOI de transactie effectueert, en vordert haar kosten terug van in totaal Euro 99.999,-.

Experience weigert dit en Antea start dan een juridische procedure.
Experience voert verweer en probeert de rechtbank er (tevergeefs) van te overtuigen dat Antea de onderhandelingen niet mocht beëindigen, dat zij haar eigen kosten moest dragen, en dat zij juist de kosten aan de zijde van Experience moest vergoeden.

Mocht Antea de onderhandelingen beëindigen?

De rechtbank is van mening dat de tekst van de intentieovereenkomst zo was opgesteld dat Antea de volledige vrijheid was gelaten om wel of niet een deal te sluiten. Deze subjectieve beoordelingsvrijheid blijkt volgens de rechtbank uit de LOI waarin staat opgenomen “een naar het oordeel van Antea positieve uitkomst van het due diligence onderzoek”. Vanwege deze beoordelingsvrijheid kan Experience het beëindigen van de onderhandelingen niet voorkomen, aldus de rechtbank.
De rechtbank vindt bovendien van belang dat, ook wanneer Antea de onderhandelingen naar aanleiding van het due diligence rapport wél had voortgezet, de Raad van Commissarissen vervolgens nog had moeten instemmen met de transactie. Op de beslissing van de Commissarissen had Experience (ook al) geen invloed.

Experience stelt dan dat (een deel van) de redenen die Antea voor de opzegging aanvoert, reeds eerder bij haar bekend waren, en dat het rapport daarom niets “nieuws” bracht. De rechtbank wijst ook dit verweer af. Volgens de rechtbank was Antea op grond van de LOI niet gehouden om al tijdens de uitvoering van het due diligence onderzoek aan Experience (tussentijds) mededeling te doen van omstandigheden die voor haar (mogelijk) aanleiding vormden de onderhandelingen te beëindigen. Volgens de rechtbank mocht Antea dus het definitieve rapport afwachten alvorens de onderhandelingen te beëindigen.

Volgens Experience staat het due diligence rapport bol van de fouten en verkeerde conclusies. Maar ook dat doet er volgens de rechtbank niet toe. Het verwijt van Experience dat Antea heeft nagelaten om de kritiek van Experience (en haar adviseurs) op het due diligence rapport met haar te bespreken, wordt verworpen. Volgens de intentieovereenkomst hoefde dat namelijk niet.

Kan Antea de externe advieskosten verhalen op Experience?

De rechtbank is van oordeel dat van Antea op basis van het due diligence rapport in redelijkheid niet kon worden verwacht dat zij de voorgenomen transactie onder de in de intentieovereenkomst opgenomen voorwaarden zou realiseren. Volgens de LOI kan zij dus de kosten daarvan op Experience verhalen. Immers, Antea had haar voornemen tot investeren vooral gebaseerd op de positieve vooruitzichten.

Matiging van het gevorderde bedrag/Schadebeperkingsplicht

Experience stelt dat Antea in strijd met haar schadebeperkingsplicht heeft gehandeld, omdat volgens Experience reeds voor de aanvraag van het due diligence onderzoek, te weten tijdens de vergadering van de Raad van Commissarissen van Antea de redenen voor de beëindiging van de onderhandelingen door Antea bij laatstgenoemde bekend waren. Wanneer Antea reeds toen tot beëindiging van de onderhandelingen was overgegaan, waren de externe advieskosten beperkt geweest tot € 12.500 (excl. BTW). Volgens Experience dienen om die reden de overige door Antea gevorderde kosten te worden afgewezen.

De rechter schiet ook dit verweer af. Op grond van de intentieovereenkomst stond het Antea vrij om het due diligence rapport af te wachten en pas na bestudering van dat rapport de beslissing te nemen of zij vond dat het onderzoek gegevens opleverde die de waarde van de aandelen in het kapitaal van Experience wezenlijk beïnvloedden. Volgens de rechtbank heeft Antea zeer kort na de ontvangst van het rapport de beëindiging van de onderhandelingen aan Experience bericht, zodat er geen reden is om te veronderstellen dat Antea onnodig lang heeft gewacht met de beëindiging van de onderhandelingen. In dit verband is nog van belang, aldus de rechtbank, dat Antea uitsluitend aanspraak kan maken op de externe advieskosten. Haar eigen kosten dient zij zelf te dragen. Om die reden had Antea er geen enkel belang bij om onnodig te wachten met het beëindigen van de onderhandelingen en valt niet in te zien waarom Antea, hoewel zij daartoe volgens Experience reeds aanleiding had, niet (veel) eerder tot beëindiging van de onderhandelingen zou zijn overgegaan. Onder de gegeven omstandigheden is van een schending van de schadebeperkingsplicht door Antea aldus geen sprake en faalt het beroep van Experience op eigen schuld.

Onderbouwing van de gevorderde externe advieskosten en voorafgaande inzage in offertes

De rechtbank is van oordeel dat Antea uit het handelen van Experience mocht afleiden dat Experience met de uit te voeren werkzaamheden en de gemaakte kosten instemde, nu blijkt dat zij van alle genoemde werkzaamheden wist dat die werden uitgevoerd. Voor zover Experience behoefte had aan de toezending van offertes, had zij dit aan Antea kenbaar moeten maken op het moment dat de werkzaamheden door Antea werden aangekondigd zonder afgifte van een offerte. Ook nadat Antea de facturen aan Experience heeft toegezonden heeft Experience nagelaten daartegen direct bezwaar te maken. Onder de gegeven omstandigheden kan Experience niet eerst nu met succes als verweer voeren dat zij niet met de werkzaamheden heeft ingestemd of de hoogte van de externe advieskosten betwisten.

Conclusie: Het opstellen van een intentieverklaring luistert nauw. Dat blijkt in deze zaak. Een intentieverklaring opgesteld door een professionele investeerder met daarin een kostenbepaling zorgt in deze zaak voor kopzorgen. De vrijheid om “naar eigen inzicht” onderhandelingen af te breken, en alsdan alle externe advieskosten vergoed te krijgen, levert een enorme schadepost op. In dit geval een ton, op een euro na dan. Alle verweren die naar voren worden gebracht, zijn tevergeefs en worden door de rechtbank afgewezen: De wijze waarop de intentieovereenkomst is opgesteld, geeft de investeerder vrij baan, aldus de rechtbank. De kosten mochten allemaal opgevoerd worden, ook al had een deel daarvan voorkomen kunnen worden.

Heeft u vragen? Belt of mailt u gerust naar 0183 513745 / theodora@lexwoodlegal.nl