Amateuristisch zakendoen door accountant wordt door de rechter afgestraft – ook de klant krijgt ervan langs

Incassoprocedure bij de kantonrechter

Accountantskantoor ACCON heeft beginnende onderneming Trapps in rechte betrokken vanwege 2 onbetaald gelaten facturen. De eerste factuur was door Trapps betaald, maar betaling van de volgende 2 facturen bleef uit. Nadat de overeengekomen betalingsregeling ook niet werd nagekomen, gaf ACCON aan te zullen dagvaarden. Trapps antwoordde dat zij graag een derde partij naar de facturen wilde laten kijken nu deze facturen haar bij nader inzien wel erg hoog voorkwamen. Dit pikte ACCON niet en onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden toog zij naar de rechtbank in Maastricht en maakte ACCON aanspraak op betaling van haar 2 facturen, de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de wettelijke rente vanaf 14 dagen na factuurdatum (+/- Euro 4.100).

In de uitgebreide procedure bij de kantonrechter (met repliek en dupliek!) bleek tot grote ergernis van de kantonrechter dat er op zeer informele wijze was samengewerkt tussen partijen.

Commerciële wereld factureert en vriendendiensten bestaan niet

De kantonrechter windt er geen doekjes om en oordeelt:

Uit alles (de in rechte van beide kanten gedane ontboezemingen en de vele aan de processtukken toegevoegde producties) komt … een opmerkelijke dosis amateurisme naar voren. Vriendelijker uitgedrukt: een gebrek aan in normaal zakelijk verkeer in acht te nemen formaliteiten, maar dan wel van beide kanten en niet alleen van Trapps. Dat mag verklaard worden doordat hier advies op de terreinen accountancy en fiscaliteit gegeven is aan een beginnende onderneming, maar voor geen van beide partijen was dit een vrijbrief om dan maar de gebruikelijke standaarden en vormen te verwaarlozen.”

De kantonrechter legt uit waarom ACCON geen beroep kan doen op de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden:

ACCON meent kennelijk dat de uiterst informele wijze waarop in deze rechtsrelatie tot driemaal toe opdrachten aan haar verstrekt zijn (nader is gebleken dat dit telefonisch of een enkele maal per e-mailbericht van Trapps-zijde geschiedde, maar zonder dat sprake is geweest van een daaropvolgende formele opdrachtbevestiging), er niet aan in de weg staat dat haar algemene voorwaarden van toepassing geacht mogen worden op de opdracht(en). Niets is echter minder waar, nu zelfs niet gesteld (laat staan te bewijzen aangeboden) is dat die toepasselijkheid uitdrukkelijk (eventueel telefonisch) bedongen is, laat staan dat ergens uit afgeleid kan worden dat een exemplaar van de voorwaarden voorafgaand aan het aangaan van de rechtsrelatie aan Trapps verstrekt is.

Vermelding van voorwaarden onderaan een factuur is onvoldoende om het gebrek te helen dat juist bij het aangaan van de contractuele verhouding nagelaten is daaromtrent iets te bedingen. Het ontbreken van een schriftelijke opdracht (of een schriftelijke bevestiging van een mondelinge opdracht) maakt dan ook in dezen de bewijspositie van ACCON labiel en stelt hoge eisen aan de wijze waarop zij haar gemotiveerde stelplicht naleeft. Dat laatste doet zij met horten en stoten en in tal van opzichten te beperkt.”

Het calimero-verweer van Trapps maakte weinig indruk bij de rechter:

Het ‘argument’ van Trapps dat zij als beginnende onderneming een andere opstelling van ACCON verdient, snijdt geen hout. Factureren is nu eenmaal onderdeel van het handelsverkeer in de commerciële wereld waarin Trapps zich begeven heeft, en waar van liefdadigheid of vriendendiensten in beginsel geen sprake is.

Trapps moet alsnog de hoofdsom betalen. Partijen dragen ieder de eigen kosten, en de rente gaat pas lopen per de datum van dagvaarding. Zou Trapps de uren van ACCON hebben betwist, dan zou het wellicht nog slechter zijn afgelopen met ACCON.

De les?

Altijd de opdracht bevestigen en altijd de algemene voorwaarden van toepassing verklaren en meesturen. Altijd. Ook als de klant belt en snel (tijdens het telefoongesprek) uitsluitsel wenst. Gebeurt dat niet, dan is de bewijspositie “labiel” (om de woorden van deze rechter maar te gebruiken). Nevenvorderingen zoals proceskosten, rente, eventuele boetes etc. worden dan niet of niet volledig toegewezen, want de algemene voorwaarden gelden niet. Voor opdrachtgevers geldt dat toezeggingen die gedaan worden door opdrachtnemers (zoals in dit geval dat er niet of veel minder zal worden gefactureerd omdat men begrip heeft voor de financiële situatie van de klant als start-up) altijd bevestigd moeten worden. Gebeurt dat niet, dan zien rechters de witte raaf niet en moeten facturen gewoon betaald worden.

Vragen of opmerkingen? Belt of mailt u gerust! 0183-513745  /   Theodora@lexwoodlegal.nl
Advertenties